Raad Mill en Sint Hubert stemt unaniem in met kadernota

Publicatiedatum: Dinsdag 9 juli 2019

De gemeenteraad van Mill en Sint Hubert heeft vorige week unaniem de Kadernota 2020-2023 vastgesteld. Via de kadernota bepaalt de raad op hoofdlijnen wat er de komende jaren in de gemeente Mill en Sint Hubert gebeurt en hoe het beschikbare geld wordt verdeeld. Deze kadernota schetst dus de beleidsmatige uitgangspunten en financiële randvoorwaarden voor 2020 en geeft tegelijkertijd een doorkijk naar de jaren 2021-2023. De ontwikkelingen en effecten van deze kadernota worden de komende maanden verwerkt in de Programmabegroting 2020-2023. De Kadernota 2020-2023 laat (na verwerking van de Rijksbijdrage via de zogenaamde meicirculaire) voor 2020 een relatief klein tekort zien (€ 95.000), in 2021 gevolgd door een positief saldo (€ 25.000). De jaren 2022 en 2023 laten vooralsnog een negatief saldo zien (€ 330.000 respectievelijk € 226.000), dat vooral wordt veroorzaakt door het feit dat er voor deze jaren nog geen zekerheid is over de verwachte structurele bijdrage vanuit het Rijk voor de jeugdzorg. Verantwoordelijk wethouder Financiën Erik van Daal: “We willen dit najaar samen met de gemeenteraad een meerjarig sluitende begroting presenteren.”

Forse bijstellingen

De kadernota laat dus een vooralsnog negatief meerjarig beeld zien. Wat zijn daarvan de belangrijkste oorzaken? Wethouder Erik van Daal: “We hebben ook de komende jaren sterk te maken met ontwikkelingen waar wij als gemeente geen invloed op kunnen uitoefenen. Enkele jaren geleden heeft het Rijk het sociaal domein (jeugdzorg, Wmo, participatie) tot taak van gemeenten gemaakt. Daarbij werden alle gemeenten meteen geconfronteerd met bezuinigingen op de jeugdzorg. Als je dat combineert met het toenemende beroep dat op de jeugdzorg wordt gedaan – en de daarmee stijgende kosten –, dan is het logisch dat er tekorten ontstaan.” “Daarnaast houden we rekening met een verwachte stijging van het gebruik van de WMO-voorzieningen, door onder andere de invoering van het abonnementstarief en het feit dat mensen steeds langer zelf thuis moeten wonen. En ten slotte wordt van gemeenten verwacht dat zij zich voorbereiden op de nieuwe Omgevingswet en zich optimaal inzetten voor een goede invulling van transitie in de landbouw, onder andere als gevolg van provinciale regelgeving.” “De gemeente Mill en Sint Hubert is hierin overigens zeker niet uniek. Bijna alle gemeenten hebben met deze problematiek te maken. Het stelt ons allen voor een enorme opgave.”

Compensatie

Over de noodzakelijke tegemoetkoming vanuit het Rijk voor de stijgende kosten voor de verschillende taken zegt wethouder Van Daal: “Nadat wij deze kadernota aan de raad hadden aangeboden, bleek dat alle gemeenten voor de jaren 2019, 2020 en 2021 een financiële compensatie van het Rijk tegemoet kunnen zien, om de sterk toegenomen kosten voor jeugdzorg gedeeltelijk op te kunnen vangen. Deze positieve ontwikkeling geeft de gemeente Mill en Sint Hubert, zeker in het eerste jaar, wat meer ruimte. Maar omdat deze compensatie vanuit het Rijk helaas niet structureel is, zijn de jaren 2022 en 2023 wat betreft de eventuele compensatie voor de jeugdzorg nog onzeker. Voor WMO zijn er door het Rijk nog geen toezeggingen gedaan voor eventuele compensatie.”

Structureel

“Wij vinden nog steeds dat je structurele uitgaven met structurele inkomsten moet dekken”, aldus wethouder Van Daal. “Samen met de gemeenteraad hebben wij eerder extra financiële ruimte gecreëerd in de Begroting 2019 en de jaren daarna. Nu blijkt deze ruimte te beperkt om de actuele, autonome ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden en om alle beleidsplannen te kunnen realiseren. De komende maanden zullen wij daarom de begroting doornemen en beoordelen welke mogelijkheden er zijn om de tekorten weg te werken en de begroting meerjarig in balans te brengen. Natuurlijk wordt ook de gemeenteraad hierbij betrokken. Misschien moet de gemeente haar ambities wat bijstellen als gevolg van deze ontwikkelingen. Hoe dan ook streeft het college ernaar om – samen met de gemeenteraad – in het najaar een meerjarig sluitende begroting voor te leggen. Want uiteindelijk bepaalt de gemeenteraad de keuzes hierin.”

Kadernota inzien

De volledige Kadernota 2020-2023 kunt u bekijken op de raadsvergadering van 4 juli 2019.

Amendementen en moties

Tijdens de raadsvergadering heeft de gemeenteraad twee amendementen en vijf moties aangenomen.

De raad stemde met 8 tegen 6 stemmen (1 raadslid onthield zich van stemming) in met de motie om de subsidie voor muziekonderwijs te heroverwegen, waarbij niet alleen de organisaties die muzikale of culturele vorming aanbieden subsidie krijgen, maar ook leerlingen van 6 tot 18 jaar die lessen in muziekonderwijs volgen.

Daarnaast stemde de raad eveneens met 8 tegen 6 stemmen (1 raadslid onthield zich van stemming) in met het amendement om de huidige systematiek van subsidiëring van het muziekonderwijs onder beheer van de gezamenlijke muziekverenigingen voor nog twee jaar te continueren en deze subsidie per 1 augustus 2019 vast te stellen op een bedrag van € 42.150 per jaar.

De raad stemde verder unaniem in met het amendement om de 1ste bestuursrapportage van de gemeente Mill en Sint Hubert vast te stellen en het bedrag van € 215.000 toe te voegen aan de Algemene reserve in plaats van de reserve Ruimtelijk beleid.

De raad stemde ook unaniem in met een motie die het college oproept te kijken naar mogelijkheden van samenwerking met Stichting Huis aan huiskrant Mill en Sint Hubert, voor het plaatsen van gemeentenieuws en/of andere gemeentelijke communicatie in de Neije Krant.

De raad stemde unaniem in met een motie die het college oproept om, gelijktijdig met de voorbereidingen van de reconstructie Pastoor Jacobsstraat, een uiterste poging te doen om een vrachtwagenheffing te realiseren op de N264 en op zoek te gaan naar een structureel betere oplossing voor het verkeer op de N264.

De gemeenteraad stemde unaniem in met een motie die het college verzoekt om actief aan de slag te gaan met de ontwikkeling van een project voor tijdelijke woningen voor de urgente, actuele woonbehoefte in de gemeente.

Ten slotte stemde de raad met 8 tegen 7 stemmen in met een motie die het college verzoekt via een korte brief te reageren op de brief van de CBA stuurgroep over de drie mogelijke varianten na een fusie van de CBA-gemeenten, en in deze brief geen voorkeur uit te spreken over een van de overige varianten, maar aan te geven dat zij hun mening (via een zienswijze) kenbaar maken op het moment dat de definitieve vorming van de CBA-gemeente een feit is in oktober van dit jaar.